Mijn moeder vertelde veel over haar jeugd zoals het feit dat landarbeiders, Portugezen uit Madeira en Libanezen uit een dorp in Syrië, in haar jeugd straatarm waren en als marskramer, soms met een karretje de straten langs gingen om hun waren te verkopen. Toen het beter ging konden ze een eenvoudig houten huis in de binnenstad van Paramaribo inrichten als stoffenwinkel.
De armoede van migranten
De generatie uit mijn jeugd was niet bekend met dit feit. Toen een van hen, zeg maar met een veelvoorkomende naam, Nassif, mij vertelde dat zijn familie rijk was en woonachtig was in Parijs, was het tijd voor mijn woordeloze signify. Daarna is de jonge man nooit meer begonnen over zijn welgestelde verwanten. Wat hield mijn actie in? De ogen opensperren, diep en hoorbaar inademen en bij het uitademen de lippen licht tuiten als aanzet voor een tyuri (van Dale tjoeri) om mijn ongeloof en ongenoegen te laten blijken. Wat ik zonder woorden zei was: ’Nee maar…. je méént het zeg,…..? Wegwezen met die onzin.’ Woorden zijn in onze cultuur niet altijd nodig. Hij was ook een Surinamer, begreep het en deed er in het vervolg het zwijgen toe.
De Neneh als spil van de besluitvorming
Niemand in het Suriname van mijn moeders jeugd die migrant was, beschikte over rijkdommen, met uitzondering van sommige nakomelingen van slavenhouders: blank of Joods en de koloniale Nederlandse elite. Bovendien wist ik van de familiale dienstmeisjes zelf hoe de stand van de middenklasse werd opgehouden.
De joodse Hugo Pos vertelde in mijn boek dat de zwarte Neneh in het gezin bij belangrijke beslissingen altijd geraadpleegd werd, bijvoorbeeld over de aanstaande huwelijkspartner. Niet onverstandig, aangezien de vrouw die lang in de familie werkzaam was via haar netwerk wist of je verloofde een buitenkind van je vader was, of de aanstaande bijvoorbeeld een halfzusje van je zou kunnen zijn. Zij wist via haar netwerk in welke schoonfamilie je terecht zou komen en welke lijken er in hun kast zaten. Ik ging niet in discussie met die naïeve jonge generatie, maar liet mijn ogen, adem en lippen spreken.