Wie betaalt, bepaalt

Portretten van Marten Soolmans en Oopjen Coppit door Rembrandt van Rijn, 1634

Het is in mijn optiek niet verrassend dat het negerknaapje op een schilderij op de tentoonstelling over slavernij niet meteen opgemerkt werd door een conservator: hij is niet de focus van de penseelvoerder. Arme en onbetekenende mensen werden in Nederland over het algemeen met grove penseelstreken neergezet, behalve als het een portretstudie betrof. Niet zij waren het object van de schilder of etser, dat was de man met de goedgevulde beurs: zoals de suikerhandelaar Marten Soolmans, een Vlaamse immigrant er een was.

 

Marten Soolmans en zijn vrouw Oopjen Coppit, welgestelde Amsterdammers, werden door Rembrandt vereeuwigd in 1634. De Vlaming kon zelfs de reuzenkwasten op zijn schoenen laten schilderen en ook het portret van zijn vrouw, die uit een regentengeslacht afkomstig was, werd gedetailleerd uitgevoerd, met alle opsmuk. Het schilderij ademt rijkdom en welvaart, luxe en overdaad, vertaald in kostbaar kant, satijn, goud, zilver en parels, en vervolgens weer gevangen in verf.

 

De juiste weergave van donkere personages vind ik echter minder belangrijk dan de vraag hoe eenzaam de armste immigranten van kleur in Europa moeten zijn geweest, dubbel gemigreerd als zij soms waren: van Afrika naar de West en dan weer naar het koude Nederland. Als nakomeling van slaafgemaakten kijk je anders naar deze statusverhogende helpers van de plantage-elite, de futuboi. Deze manusjes-van-alles hadden als hoofdtaak de meester tevreden te houden. Hoe alleen moeten deze kinderen geweest zijn. Nooit meer zouden ze hun ouders terugzien. Door wie werden ze getroost? Zouden ze een geduldige kapper vinden die niet gruwde van de ‘wol’ als van een zwart schaap op hun hoofd? Werden ze aangestaard? Nageroepen? Wat ik voel is de opperste eenzaamheid van een kind dat in functie is. In de West maakten de ‒ eveneens ongeziene ‒ lotgenoten van deze Europese huisbedienden en huisknechten zes lange dagen per week met het kappen van suikerriet in de gloeiende zon. Met de opbrengst van de suiker konden Marten en Oopjen ons deze indrukwekkende schilderijen nalaten.

Deel:

Share on facebook
Share on twitter

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Gerelateerde post

Wie betaalt, bepaalt

Portretten van Marten Soolmans en Oopjen Coppit door Rembrandt van Rijn, 1634 Het is in mijn optiek niet verrassend dat het negerknaapje op een schilderij

Read More »

Het ongeziene slaafje

Rijke koopman met slavenjongen collectie Rijksmuseum Ik zoek en vind een ander schilderij van een Nederlandse koopman met een slaafje. Volgens het onderschrift speelt het

Read More »