Headmaster Sijlbing, the signifier

The all-powerful headmaster of the school stood at a distance from me, it seemed. My four years at this school were, for reasons described in the book, stressful at times. It was not the required intellectual baggage that was the challenge, but my social position as a child from a humble background, because most of the students were from the well-to-do class. Their parents belonged to the colonial administrative elite, whether they were wholesalers of Jewish, Chinese, or Hindustani origin, or Portuguese shopkeepers in the inner city. A few were Creole. According to Esseline Gummels, Aunt Es, to whom I have devoted a chapter in the book The Doorsons, my great-aunt Sophie Redmond also attended this school, as did a Creole pharmacist Esseline Polanen.

 

My classmates were the problem. A recurring topic of conversation among them – and the same was true at the public primary school, the Julianaschool – was the constant trouble their mothers had with the Creole maids: clumsy, neglectful, sometimes unreliable. My fellow students seemed to be bidding up against each other. It was clearly a cliche theme that I had better keep quiet about, because my family supplied those kinds of maids. My older aunts all had a “ma’am,” often a demanding person. Besides, I knew perfectly well that those toiling black women were more dexterous than their employers. Non-working, complaining and dependent as they were.

 

Although I hardly exchanged more than a few words with Mr. Sijlbing, who was also my mathematics teacher, I was aware during my four-year stay at the school that he was well-disposed towards me, precisely through a form of signifying, or giving meaning.

 

It is that African American way of assigning extra meanings to language and behaviour, as I illustrate with examples in the book The Doorsons, in the guideline on narrative techniques.

 

Master Sijlbing added another name to mine. Of course, he knew what I was called, but he gave that slender shy girl a new name anyway, for a purpose. Master Sijlbing was doing that form of signifying they call name giving, choosing a special name. It became Rosie. He always pronounced the name slowly. “Rooosie.” With these two interventions, he let me know: ‘I see you.’ Mr. Sijlbing knew that my parents sometimes had difficulty paying the exorbitantly high school fees. He arranged a book scholarship for me. After I left school, I never saw or heard of him again, until, as above, I ran into his daughter on that Saturday in June in Utrecht. It was amazing that the man saw me back then, and thought of me when I obtained my PhD. And moreover, that I met his daughter and that she also recognized me… If those aren’t gems? All obtained with a Doorson flyer.

Voor mij waren de gespreksthema’s van mijn klasgenoten een probleem. Een terugkerend onderwerp, en dat was ook al het geval op de openbare basisschool de Julianaschool, waren de perikelen van hun moeders met de Creoolse dienstmeisjes. Die zouden onhandig en soms onbetrouwbaar zijn en hun plichten verzaken. Mijn medeleerlingen leken tegen elkaar op te bieden. Het was duidelijk een clichéthema. Ik deed er het zwijgen toe want mijn familie leverde dat soort dienstmeisjes. Mijn oudere tantes hadden allemaal een ‘mevrouw’ en zij was vaak een veeleisend persoon. Bovendien wist ik donders goed dat die zwoegende zwarte vrouwen handiger waren dan hun werkgeefsters, niet-werkend, klagend en afhankelijk als ze waren.

Tijdens mijn vierjarig vertoeven op de Hendrikschool wisselde ik nauwelijks een paar woorden met meneer Sijlbing, die behalve directeur ook mijn wiskundeleraar was. Toch wist ik dat hij mij goedgezind was, juist door een vorm van signifying of betekenisgeving. Signifying is de Afro-Amerikaanse manier om extra betekenissen toe te kennen aan taal en gedrag, zoals ik met voorbeelden duidelijk maak in De Doorsons, in de leidraad verteltechnieken.

Meester Sijlbing voegde een andere naam toe aan de mijne. Natuurlijk wist hij hoe ik genoemd werd, maar hij gaf dat tengere verlegen meisje toch een nieuwe naam, en met een doel, want meester Sijlbing deed aan die vorm van signifying die ze namegiving noemen: het kiezen van een speciale naam. Het werd Rosie. Hij sprak de naam altijd langzaam uit: ‘Rooosie.’ Met deze twee ingrepen liet hij mij weten: ‘Ik zie je wel.’ Meneer Sijlbing wist dat mijn ouders soms moeite hadden het exorbitant hoge bedrag aan schoolgeld te voldoen. Hij regelde een boekenbeurs voor mij. Nadat ik de school op mijn veertiende verliet, heb ik hem nooit meer gezien, totdat ik, zoals hierboven beschreven, zijn dochter tegenkwam op die bewuste zaterdag in juni in Utrecht. Bijzonder dat de man mij toen zag, dat hij aan me dacht toen ik promoveerde, en dat ik zijn dochter tegenkwam en zij mij herkende. Zijn dat geen pareltjes? Allemaal verkregen door een Doorsonflyer.

Deel:

Share on facebook
Share on twitter

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Gerelateerde post

The unseen slave

‘Merchant with slave’ from the collection of Het Vrouwenhuis in Zwolle. On display in the Rijksmuseum until 2022 I search and find another painting of

Read More »