Het ongeziene slaafje

'Koopman met slaafje' uit de collectie van Het Vrouwenhuis in Zwolle. Tot 2022 te bezichtigen in het Rijksmuseum
'Koopman met slaafje' uit de collectie van Het Vrouwenhuis in Zwolle. Tot 2022 te bezichtigen in het Rijksmuseum

Ik zoek en vind een ander schilderij van een Nederlandse koopman met een slaafje. Volgens het onderschrift speelt het tafereel zich af in Nederlands Guiana. Maar dit is niet de rede van Paramaribo. Het lijkt, met de bifurcatie in de rivier, meer op de haven van het plaatsje Nieuw Amsterdam aan de rivier Berbice in het huidige Guyana dat gesticht werd door de Zeeuwen in 1627 en tot 1815 in Nederlandse handen was. De plantagebezitters Dessé in mijn boek De Doorsons, vervoerden hun producten vanuit Nieuw Rotterdam in het district Nickerie in Suriname, naar Nieuw Amsterdam voor verkoop in andere landen.

 

Het slavenjongetje ‒ het zou ook een jong meisje kunnen zijn ‒ is minder gedetailleerd in beeld gebracht dan zijn meester. En de ‘rijkversierde’ linten om zijn taille zoals het bijschrift vermeldt, bestaan uit een reep bedrukte stof. De spangen die de slaven om hun enkels en bovenarmen droegen – de Marrons uit mijn jeugd deden dat nog – waren van metaal, meestal koper. Slaven bezaten geen gouden sieraden. Als er al sprake was van een gouden halsband, het symbool van bezit, dan had de drager die weer moeten inleveren bij zijn eigenaar.

 

Wat meer betekenis genereert is het feit dat het kind nagenoeg naakt is want dat heeft de functie om de rijke en gedetailleerde kleding van de meester te accentueren, want zoals gezegd, die betaalt. De koopman of planter is in vol ornaat, zelfs met pruik. Hij wijst tevreden naar zijn handelswaar: de vaten met suiker, rum en melasse.

Surinaamse huisslaven waren rond 1800 in het bijzijn van de meester, op weg naar de kerk bijvoorbeeld, volledig gekleed. Dat houdt in dat ze al een beetje minder als object gezien werden. Dit knaapje, op papier van opsmuk voorzien, is dubbel in het nadeel. Hij betaalt niet want als bezit van de eigenaar is hij arm, en hij heeft nog niet de status van een mens. En vanuit dat standpunt kun je een simpele reep stof om de lendenen al zien als een rijke versiering.